Motorische ontwikkelingsachterstand

We spreken van een motorische ontwikkelingsachterstand als een kind een mijlpaal in de motorische ontwikkeling niet heeft gehaald op de daarvoor aangewezen leeftijd. De therapeut bekijkt of de motoriek afwijkend is van normaal en welke therapie daarvoor ingezet kan worden. 
 
Vaak wordt op het consultatiebureau als eerste een vermoedde op een motorische ontwikkelingsachterstand benoemd a.d.h.v. het van Wiegen schema. Heeft de arts , of ouders het vermoeden van een achterblijvende motorische ontwikkeling, dan kan de kinderfysiotherapeut in een vroeg stadium gevraagd worden om mee te kijken. Er kan verder onderzoek gedaan worden met meetinstrumenten en observaties van de spontane motoriek. 
 
We spreken van een achterstand als een motorische vaardigheid nog niet is behaald terwijl 85% van de leeftijdsgenoten die al wel heeft behaald. Omdat een meting een momentopname is, zal samen met ouders goed bekeken worden waar de uitdagingen liggen. Een oefenprogramma met daarbij tips aan ouders is een volgende stap. Het kind zal regelmatig gezien worden door de kinderfysiotherapeut en de test wordt
later nogmaals te herhaald.
Wanneer ouders en therapeut zien dat de ontwikkeling stagneert of onvoldoende verder ontwikkeld, zal er worden verwezen voor verder onderzoek bij een kinderarts. 
 
Denk aan
  • Baby kan hoofdje niet optillen van de onderlaag bij 3 maanden
  • Baby pakt niet met 5 maanden
  • Baby speelt niet met beide handjes bij 6 maanden
  • Baby rolt niet om bij 8maanden
  • Baby zit niet los bij 10 maanden
  • Baby beweegt kruipt, tijgert over billenschuift nog niet bij 11 maanden
  • Baby neemt geen steun op de beentjes bij 12 maanden
  • Baby trekt zich niet op tot stand bij 16 maanden
  • Baby loopt niet los bij 20 maanden
  • Peuter gaat niet klimmen bij 24 maanden
  • Peuter is bang voor de speeltuin (glijden, zandbak,schommel) bij 24 maanden
  • Peuter speelt niet bij 24 maanden