Kinder ergotherapie

Kinderergotherapie heeft als doel om de zelfredzaamheid van een kind in het dagelijks leven, met de daarbij behorende betekenisvolle activiteiten, te vergroten.

Hulpvragen:

Ouders en kind kunnen terecht bij een ergotherapeut wanneer er problemen worden ervaren bij het uitvoeren van betekenisvolle dagelijkse activiteiten, wat het zelfstandig functioneren van een kind belemmert:

  • Zelfredzaamheid:
    • sokken en schoenen uit of aantrekken
    • veters strikken
    • Jas aan- of uittrekken
    • aan- of uitkleden
    • eten en drinken; bestekhantering en drinken zonder knoeien.
    • Je zelf kunnen verplaatsen (lopen of fietsen).
  • Spelen:
    • alleen spelen of juist samen spelen
    • spelen met speelgoed (bijvoorbeeld met twee handen spelen)
  • kleutervaardigheden
    • Knippen en plakken
    • Kleuren
    • Puzzel maken
    • planmatig werken
  • schrijven:
    • pijn in hand bij schrijven
    • onjuiste pengreep
    • te harde of te zachte pendruk
    • slordig handschrift
    • Langzaam schrijftempo
    • moeite met aanleren schrijftrajecten van de letters.
  • Sensorische informatieverwerking (op school of thuis)
    • wiebelen en friemelen
    • snel afgeleid zijn, moeite met opvolgen van instructies
    • aandacht en concentratie in de klas

Bovenstaande betekenisvolle activiteiten waarbij kinderen problemen kunnen ervaren zijn afhankelijk van en passend bij de leeftijd. 

Wat doet de kinderergotherapeut:

Tijdens de behandeling is de ergotherapeut er op gericht om doormiddel van oefening een kind te begeleiden om zich nieuwe vaardigheden eigen te maken, passend bij de hulpvraag. Hierbij wordt er gekeken naar de leerstrategie van een kind. Ook is het optimaliseren van de omgeving ook van groot belang. Er wordt gekeken of er aanpassingen nodig zijn in de fysieke omgeving (tafel/stoel of indeling ruimte), maar er wordt ook gekeken naar de sociale omgeving (begeleiding/manier van instructies geven van ouders/verzorgers of andere betrokkenen)

De ergotherapeut houdt zich bezig met verschillende ontwikkelingsgebieden van een kind:

– Fijne motoriek ontwikkeling: gebruik van de handen. een voorwerp kunnen pakken, naar de middenlijn brengen en kunnen overpakken, het kruisen van de middenlijn, tweehandig werken en het verfijnen van de motoriek (van schouder/elleboog, naar pols naar vingers) en motorische coördinatie.

– spelontwikkeling: in/uit spel > constructiespel

– sensorische informatieverwerking: het reguleren van prikkels om tot handelen te kunnen komen.

– ontwikkeling executieve functies: plan matig werken, ruimtelijk inzicht.